Overslaan naar hoofdinhoud

Maakt de Rotterdamse Schaal een einde aan de ‘pingpongwedstrijd’ van smartengeldbedragen?

Deze circulaire is tot stand gekomen in samenwerking met: mr. J.M. Rousseau, advocaat bij Nysingh advocaten en Notarissen.

Met de komst van de Rotterdamse Schaal heeft de begroting van smartengeld een nieuwe wending genomen. Waar dit voorheen gekenmerkt werd door een “pingpongwedstrijd’ tussen partijen over de hoogte van een billijke vergoeding,[1] mede gebaseerd op vergelijkbare zaken uit de ANWB Smartengeldgids,[2] heeft de Rotterdamse Schaal ogenschijnlijk plaats gemaakt voor discussie over categoriën, bandbreedtes en factoren.

In dit artikel zal kort worden ingegaan op de achtergrond en de totstandkoming van de Rotterdamse Schaal. Vervolgens zal worden gekeken hoe de Rotterdamse Schaal toegepast kan worden en welke invloed de per 1 januari 2026 verschenen Aanbevelingen vanuit de Rechtspraak hebben op het gebruik.[3] Tot slot zal worden afgesloten met een conclusie en een voorzichtige kijk op wat eventuele gevolgen van de Rotterdamse Schaal voor de buitengerechtelijke schadebehandeling kunnen zijn.

De achtergrond

In september 2025 werd de eerste definitieve versie van de Rotterdamse Schaal gepubliceerd.[4] Dit nadat in de zomer van 2024 de consultatieversie het licht had gezien. Sinds de verschijning van de Rotterdamse Schaal is deze voornamelijk door de strafrechter al veelvuldig gebruikt. Wanneer gekeken wordt op www.rechtspraak.nl met de zoektermen ‘Rotterdamse Schaal’ en ‘immateriële schade’ blijkt dat de Rotterdamse Schaal op het moment van dit schrijven begin juni 2026 al in meer dan 700 uitspraken voorkomt.

Het doel van de Rotterdamse Schaal is het ontwikkelen van een schaal voor letsels en andere situaties waarin aanspraak bestaat op smartengeld.[5] Deze schaal ordent gevallen naar ernst en koppelt daaraan passende smartengeldbedragen. Per type geval worden bandbreedtes vastgesteld, evenals factoren die de plaats binnen die bandbreedte beïnvloeden.

Bij het opstellen van de lijst hebben de onderzoekers zich laten inspireren door de Engelse Guidelines for the Assessment of General Damages in Personal Injury Cases en de Ierse Personal Injury Guidelines.[6] Voor elk type letselcategorie of normschending geeft de schaal een bandbreedte aan waarin het smartengeldbedrag zou moeten vallen. Hiermee probeert de schaal een oplossing te bieden voor de kritiek op de vóór de inwerkingtreding van de schaal gebruikelijke methode voor het vaststellen van smartengeld.

Smartengeld begroten volgens de Rotterdamse Schaal

De basisstructuur is dat telkens een letselcategorie of smartengeldwaardige normschending wordt omschreven, waarbij in de regel een bandbreedte wordt vermeld die het bijpassende smartengeldbedrag indiceert.[7] De bij de categorie genoemde factoren zijn relevant voor de inpassing van het concrete geval binnen de bandbreedte, al hoeft niet aan elke factor een even grote betekenis toe te komen. Wel zal voor een adequate begroting van het smartengeld met elk van de relevante factoren rekening moeten worden gehouden.

De toepassing van de Rotterdamse Schaal brengt in de praktijk ook discussiepunten mee. Partijen kunnen van mening verschillen over de vraag in welke categorie het letsel thuishoort. Zo kan het beschreven letsel tussen twee categorieën inzitten of net niet overeenkomen met een categorie uit de schaal. Maar zelfs als men het over de categorie eens is, resteert de vraag waar binnen de bandbreedte het bedrag moet landen. Die ruimte voor interpretatie maakt de schaal enerzijds flexibel, maar zal anderzijds ook veelvuldig tot discussie leiden tussen benadeelde en aansprakelijke partij.

De begroting van smartengeld wordt daarnaast nog complexer in de gevallen dat sprake is van meervoudig letsel. Van meervoudig letsel is sprake indien het letsel dat de benadeelde heeft opgelopen in meerdere categorieën van de schaal valt. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een benadeelde die door een ongeval zowel een gebroken arm als een gebroken been heeft opgelopen. Bij de begroting van smartengeld in het geval van meervoudig letsel moet rekening worden gehouden met een eventuele over- of ondercompensatie aan smartengeld. Bij meervoudig letsel is het namelijk goed mogelijk dat de impact van de losse letsels groter is dan de som der delen. Anderzijds is het ook mogelijk dat wanneer voor beide letsels een los smartengeldbedrag wordt betaald, de compensatie meer is dan wat een billijke vergoeding zou zijn.

De Rotterdamse Schaal biedt aanknopingspunten voor de begroting van smartengeld bij meervoudig letsel. Daarbij wordt erkend dat de werkelijkheid zich niet altijd laat vangen in één duidelijke letselcategorie. Omdat de voorgestelde methoden in de Rotterdamse Schaal met betrekking tot de begroting van smartengeld bij meervoudig letsel arbitrair zijn en tot veel discussie kunnen leiden, is hiervoor een andere werkwijze voorgesteld in de aanbevelingen vanuit de rechtspraak. Hoe die aanbevelingen tot stand zijn gekomen en wat enkele inhouden wordt hieronder uiteengezet.

v.l.n.r. Ilona van Puffelen, Claims Manager Fleet Injury MSIG Europe & Danielle Putman, Claims Manager Liability Injury MSIG Europe

De aanbevelingen vanuit de rechtspraak

Een rechterlijke werkgroep, bestaande uit zowel civiele rechters als strafrechters, heeft zich gebogen over de vraag hoe de rechtseenheid bij de begroting van smartengeld verder kan worden vergroot.[8] Door een aantal normatieve keuzes − die bewust open zijn gelaten door de onderzoekers van de Rotterdamse Schaal − in te vullen, wordt een aanvulling gegeven op de Rotterdamse Schaal en een uniformere werkwijze voor rechters aangereikt.

Ondanks dat de rechter niet gebonden is aan de aanbevelingen, worden deze al op grote schaal door hem toegepast bij de begroting van het smartengeld. Het effect daarvan is dat de aanbevelingen niet alleen binnen rechte toegepast worden, maar ook in de buitengerechtelijke praktijk van het begroten van smartengeld steeds vaker gebruikt worden.

Een voorbeeld van een aanbeveling die zowel binnen als buiten rechte effect heeft is aanbeveling 2; waarin een procentuele verhoging van 15 à 25 procent van het smartengeld is opgenomen in gevallen waarin jongere benadeelden blijvend letsel oplopen.[9] Aanbeveling 2 kent een procentuele verhoging toe van 25% voor kinderen tot en met 14 jaar en 15% voor jongvolwassenen van 15 tot en met 29 jaar, in gevallen waarin zij blijvend letsel oplopen. Omdat rechters deze aanbeveling al op grote schaal toepassen, zullen benadeelden en hun belangenbehartigers in buitengerechtelijke onderhandelingen standaard aansturen op toepassing van deze opslag. Voor verzekeraars betekent dit dat rekening moet worden gehouden met hogere smartengeldbedragen bij schades waarbij jonge benadeelden met blijvend letsel zijn betrokken.

Een andere aanbeveling die een verhogend effect heeft op het smartengeld (en daarmee de schadelast) is of het letsel is toegebracht door middel van ernstig verwijtbaar handelen c.q. opzet.[10] Door middel van aanbeveling 3 kan het smartengeld met een percentage van 10 t/m 25% worden verhoogd op basis van de mate aan verwijtbaarheid van de onrechtmatige gedraging. Wanneer bijvoorbeeld een aanrijding onder invloed van alcohol of opzettelijk plaatsvindt, is dat een verwijtbare gedraging in de zin van de derde aanbeveling, hetwelk een hoger smartengeldbedrag voor de benadeelde rechtvaardigt. Ook hiermee dient een verzekeraar in haar reservering en betaling van de schade rekening te houden.

Aanbeveling 5 ziet specifiek op het gebruik van de Schaal bij meervoudig letsel.[11] De aanbeveling schrijft voor dat in dit soort gevallen het zwaarste letsel volledig voor vergoeding in aanmerking komt. Het in ersnt tweede letsel weegt voor 50% mee. Het ‘derde’ of volgende letsel weegt niet meer op dezelfde manier mee, maar kan als factor worden betrokken bij het vaststellen van de hoogte van het smartengeld. De werkgroep erkent zelf dat deze methode van begroting in zekere zin grofmazig is. Indien in de praktijk blijkt dat er behoefte is aan een andere methode voor het smartengeld te begroten bij meervoudig letsel, zou deze aanbeveling in de toekomst nog herzien kunnen worden.

Een blik vooruit

De grote hoeveelheid uitspraken waarin de Rotterdamse Schaal wordt toegepast, benadrukt dat het gebruik ervan aan populariteit toeneemt. Logischerwijs heeft de Rotterdamse Schaal daarmee niet alleen invloed op de begroting van smartengeld in rechte, maar juist ook in de buitengerechtelijke letselschadepraktijk.

De bedragen in de Rotterdamse Schaal zullen door de Rechterlijke werkgroep Normering Smartengeld periodiek geüpdatet worden.[12] Daarbij zullen aan de hand van ontwikkelingen in de rechtspraktijk ook de factoren en de aanbevelingen nader kunnen worden bezien. Kijkend naar de toekomst zou dit betekenen dat de Rotterdamse Schaal voor een langere periode een actueel en dynamisch hulpmiddel blijft dat in kan spelen op ontwikkelingen in de rechtspraktijk. Ook zou dit betekenen dat een aantal normatieve keuzes en onduidelijkheden in het gebruik van de Rotterdamse Schaal nog verder uitgewerkt gaan worden op basis van de feedback uit de rechtspraktijk en literatuur. Een voorbeeld hiervan is hoe moet worden omgegaan met het gebruik van de wettelijke rente bij de Rotterdamse Schaal.[13] De rechterlijke werkgroep werkt momenteel aan nadere aanbevelingen op dit punt.[14]

Conclusie

De Rotterdamse Schaal staat nog aan het begin van haar ontwikkeling, maar met meer dan 700 uitspraken waarin de schaal al wordt toegepast, is zij in korte tijd uitgegroeid tot het standaardreferentiekader voor de begroting van smartengeld. Die ontwikkeling zal zich naar mijn verwachting voorzetten. Naarmate meer rechters, advocaten en verzekeraars de schaal hanteren, zal met behulp van die ervaringen de schaal en de aanbevelingen verder uitgekristalliseerd worden.

Voor de buitengerechtelijke schadebehandeling betekent dit dat de schaal steeds minder een optioneel hulpmiddel is en steeds meer een vertrekpunt voor elke serieuze onderhandeling. Wie de categorieën, bandbreedtes en aanbevelingen niet − of in de ogen van de wederpartij verkeerd − toepast, loopt het risico dat de wederpartij de zaak aan de rechter zal voorleggen om diens oordeel over een passend smartengeldbedrag te vragen. Iets dat gezien de mogelijkheid van discussie tussen partijen over de van toepassing zijnde categorieën, bandbreedtes en factoren hoogstwaarschijnlijk steeds vaker zal gebeuren.

Maakt de Rotterdamse Schaal gelet op het voorgaande een einde aan de ‘pingpongwedstrijd’ over de hoogte van smartengeldbedragen? Of verschuift de discussie van bedragen naar een discussie over relevante categorieën, bandbreedtes en factoren? Totdat de schaal en de aanbevelingen verder uitgekristalliseerd zijn, lijkt mij het laatste.

Bronnen:

[1] Mewa & Zwagerman, VR 2025/18, p. 37.

[2] T. de Vette, Smartengeld, Den Haag: ANWB 2026.

[3] Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld op basis van art. 6:106 BW – Aanbevelingen hanteren Rotterdamse schaal door de Rechtspraak

[4] De Rotterdamse schaal – toelichting op de werkwijze, p. 1.

[5] De Rotterdamse schaal, p. 1.

[6] De Rotterdamse schaal, p. 5.

[7] De Rotterdamse schaal, p. 6.

[8] Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld op basis van art. 6:106 BW – Aanbevelingen hanteren Rotterdamse schaal door de Rechtspraak, p. 1.

[9] Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld op basis van art. 6:106 BW – Aanbevelingen hanteren Rotterdamse schaal door de Rechtspraak, p. 2.

[10] Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld op basis van art. 6:106 BW – Aanbevelingen hanteren Rotterdamse schaal door de Rechtspraak, p. 2 t/m 3.

[11] Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld op basis van art. 6:106 BW – Aanbevelingen hanteren Rotterdamse schaal door de Rechtspraak, p. 4.

[12] Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld op basis van art. 6:106 BW – Aanbevelingen hanteren Rotterdamse schaal door de Rechtspraak, p. 5.

[13] T. Hartlief, ‘Komt er in het kielzog van de Rotterdamse Schaal ook Haagse helderheid over smartengeld en wettelijke rente?’, RMThemis 2025-6.

[14] Aanbevelingen voor de begroting van smartengeld op basis van art. 6:106 BW – Aanbevelingen hanteren Rotterdamse schaal door de Rechtspraak, p. 5.

Uw Contactpersonen